PrintStuur doorMet de partners van het UiTnetwerk worden afspraken gemaakt rond het gebruik van bepaalde beeldmerken en verwijzingen. Hoe consequenter we dit allemaal samen doen, hoe sterker de herkenbaarheid van het UiTnetwerk voor het publiek. Het is dus erg belangrijk om de afspraken goed te volgen.
Een gepersonaliseerd UiTlabel voor elke partner
Elke UiTpartner krijgt een eigen UiTpartnerlabel, dat op 3 manieren gepersonaliseerd wordt:
- De extensie: "UiT in...". Bijvoorbeeld UiT in Antwerpen, UiT in regio Kortrijk, UiT in Vlaams-Brabant.
- De kleur: het label kan aangepast worden aan de huisstijlkleuren van de partner, zodat het zich mooi inpast in de context. Het moet wel steeds in één kleur, maar er kunnen verschillende varianten gemaakt worden.
- De opmaak: er bestaat een 'horizontale' versie, waarbij alles op één lijn geschreven wordt naast de UiT. Voor lange namen is de 'verticale' versie beter geschikt. In dat geval wordt de extensie onder de UiT geschreven, eventueel over verschillende regels verdeeld.
Algemene beeldmerken
Naast het UiTlabel zijn er ook enkele algemene beeldmerken en verwijzingen:
- De verwijzing naar de centrale portaalsite
- Een oproep om in te voeren in de UiTdatabank
- Vlieg, het icoontje dat kinderen de weg wijst naar cultuur.
Praktische handleiding
In de Handleiding beeldmerken en verwijzingen (versie 3.2, pdf 1,15 MB) vind je praktische tips en richtlijnen over volgende onderwerpen:
- Hoe schrijf je UiT in teksten?
- Hoe schrijf je afgeleiden zoals UiTagenda, UiTpas...?
- Hoe kun je het UiTlabel aanpassen voor jouw gemeente of regio?
- Wat mag wel en niet met het UiTlabel? Met goede en slechte voorbeelden.
- Meer info over de toepassing van de verwijzing naar de centrale portaalsite.
- Meer info over de oproep om in te voeren in de UiTdatabank.
- Meer info over het gebruik van Vlieg.
Veel gestelde vragen over het UiTlabel
Snel een paar antwoorden nodig? In de FAQ vind je de meest gestelde vragen over het UiTlabel.