Steden en gemeenten die met UiTPAS willen starten, doen dat via een kandidatuur met onderbouwd dossier (volgende indiendatum 1 maart 2018) die oog heeft voor de voorwaarden en criteria vanuit Vlaanderen. Een van die criteria is een uitgewerkt zakelijk model, ofwel een antwoord op de vraag: hoe gaat alles gefinancierd worden?

Het is zo dat Vlaanderen investeert in een softwareplatform, het onderhoud ervan én de begeleiding van steden en gemeenten om ermee aan de slag te gaan. Hiervoor hoeft de lokale overheid dus geen eigen bedrag in te brengen. Daarnaast brengt de werking van een UiTPAS wel een aantal lokale en operationele kosten met zich mee die we graag hieronder even bespreken.

Kosten voor het kansentarief

Een van de belangrijkste kosten is de tussenkomst van de lokale overheid die voortvloeit uit de solidaire kostendeling bij het kansentarief. Middelen die hiervoor traditioneel ingezet worden zijn de middelen vanuit het lokaal netwerk vrijetijdsparticipatie, de federale middelen voor maatschappelijke integratie & kinderarmoede (OCMW-middelen) en reguliere werkingsmiddelen vanuit OCMW, vrijetijdsdiensten, Stedenfonds, enz. Dat zijn uiteraard lokale keuzes en het is meteen de moeilijkste opdracht omdat je moet inschatten hoeveel mensen in armoede de UiTPAS gaan gebruiken én hoe dikwijls ze dat zullen doen bij een bepaald aanbod. Om deze inschatting te kunnen maken, schuiven we de volgende modellen naar voren:

  • Model 1: Is er een lokaal kortingsysteem? Gebruik dat in eerste instantie als referentiepunt. Ervaringen met UiTPAS leren dat de introductie van een nieuw kortingsysteem geen plotse stijging kent in vergelijking met een oud kortingsysteem, maar eerder geleidelijk aan groeit waardoor je de tijd krijgt om daar als lokale overheid op in te spelen.
  • Model 2: Vertrekkend vanuit de gekende inwonersaantallen en mensen met een VT-statuut wordt er een inschatting gemaakt van het aantal bereikte mensen op basis van ervaringen in de eerste regio's. Dit wordt vermenigvuldigd met het aantal keer dat een pashouder gemiddeld deelneemt (cf. ervaringen met UiTPAS en de gemiddelde prijs van het aanbod waarmee men wil van start gaan). Dit kan via eigen berekening of door een analyse van het ingevoerde aanbod in UiTdatabank.
  • Model 3: Vertrekkend vanuit de gekende inwonersaantallen en mensen met een VT-statuut wordt er een inschatting gedaan van het aantal bereikte mensen op basis van ervaringen in de eerste regio's. Dit wordt vermenigvuldigd met €5 indien men van start gaat met uitsluitend gemeentelijk aanbod. Het bedrag van €5 is gebaseerd op de ervaringen uit de regio Aalst.

Kosten voor aankoop van hardware

Om de UiTPAS te gebruiken en alles digitaal te registreren kan je verschillende toestellen gebruiken. De keuze ervan is afhankelijk van de locatie.

Spaarzuil/CID: de zuil is een toestel dat een UiTpas scant en een punt toekent maar geen kansentarieven of omruilvoordelen registreert. Het toestel wordt gebruikt op plaatsen waar een groot aantal mensen op relatief korte tijd een UiTpunt willen sparen. Richtprijs: 450-550/stuk.

Combi-lezer: een USB-lezer voor een computer/laptop om zowel de eID als de UiTPAS te lezen. Dit is nodig bij balies die UiTPAS'en verkopen. Richtprijs: 60/stuk.

NFC-lezer:  een USB-lezer voor een computer/laptop om de UiTPAS te lezen. Dit is nodig bij elke computer/laptop waar je als pashouder terecht kan én geen verkoopsbalie is. Richtprijs: 30/stuk.

Gsm: De UiTPASapp kan je gratis installeren op Android en iOS. Elke smartphone met een NFC-lezer kan de UiTPAS ook inlezen, zodat je het UiTPAS-nummer niet manueel hoeft in te typen. Als lokale overheid kan je een aantal gsm-toestellen voorzien om te verdelen op specifieke locaties of aan te bieden via een uitleendienst. Richtprijs: 120/stuk.

Mobiel abonnement: een gsm vereist een mobiel data-abonnement om van het internet gebruik te kunnen maken. Op jaarbasis is dit ongeveer 72/abonnement.

UiTPASkaarten: De kaarten zelf kan je aankopen voor minder dan €1/stuk en verkopen tegen een zelf gekozen prijs met een maximum van 5/UiTPAS. De marge kan je gebruiken om de kost van eventuele gratis UiTPAS'en voor mensen in armoede te bekostigen en een deel van de hiervoor genoemde hardware.

De eerder genoemde prijzen zijn richtprijzen. De marktprijs van het materiaal kan schommelen en is afhankelijk van de bestelde aantallen. Voor de zuilen zit er een bijkomende vork op de UiTPASprijs omdat je kan kiezen voor een extra optie zoals een statief.

Verder zijn er ook nog een aantal marketing- en communicatiekosten die afhankelijk zijn van de initiatieven die lokaal worden genomen om de UiTPAS aan de man te brengen en te laten gebruiken. Bovendien is de mate waarin de communicatie kan geïntegreerd worden binnen de bestaande vrijetijdscommunicatie niet onbelangrijk voor de kost. Dit gaat van drukwerk en flyers over UiTPAS, eventuele verzendingen om de lancering van UiTPAS bekend te maken tot aanpassingen aan de website om UiTPASinformatie mee op te nemen in de UiTkalenders en een aantal ingrepen voor veiligheidscertificaten als er een inlogmodule voor pashouders wordt voorzien.

Tenslotte zullen er ook mensen bezig zijn met UiTPAS in je stad of gemeente. Hoeveel werk er bijkomt (of verdwijnt) hangt af van wat er al aanwezig was in de gemeente. De introductie van UiTPAS vraagt vooral tijdens de opstartfase een intense begeleiding om alle afspraken met partners te maken, het communicatieplan op te stellen, het materiaal te bestellen en installeren en basiswerking af te toetsen met de armoedepartners. Tijdens de operationele werking is het de bedoeling om UiTPAS als instrument te gebruiken binnen je bestaand vrijetijdsbeleid zodat het de bestaande werking kan versterken en dus niet per definitie extra is.  Daarnaast beoogt UiTPAS ook een vermindering van administratie bij bestaande kortingsystemen voor mensen in armoede. Dit alles resulteert in een integraal registratiesysteem voor een geïntegreerd vrijetijdsbeleid.

Meer informatie?

Contacteer partnermedewerker Karel De Rudder via karel.derudder@publiq.be.

 

Artikels over UiTPAS