Oostende is een stad met vele kanten: de zee, de dijk (en haar appartementen), de winkels en zeker ook de activiteiten. En dat verschillende facetten verschillende publieken aantrekken, dat kan je zien in de stad van Arno Hintjens en Léon Spilliaert. Maar hoe gaan zij daar communicatief mee om in hun vrijetijdsbeleid? Martine Meire en Virginie Michils van de cultuurdienst geven uitleg.

Welke (bevolkings)groepen zien jullie vooral vertegenwoordigd in Oostende en waarom?

“Heel veel verschillende eigenlijk. Zo hebben we natuurlijk de dagjestoeristen - waaronder veel Gentenaars - die gemakkelijk met de trein tot bij ons geraken en graag eens een avondje meepikken uit ons aanbod of nog eens naar  zee gaan. Natuurlijk vind je bij ons ook veel tweedeverblijvers, vooral uit West-Vlaanderen dan.

En communiceren jullie anders naar hen dan naar de ‘gewone’ Oostendenaren?

“UiT in Oostende is bedoeld voor iederéén die wil weten wat er te doen is in Oostende: zowel de Oostendenaar, als de dagjestoerist of de tweedeverblijver. Maarde dienst toerisme heeft nog een eigen publicatie die vier keer per jaar wordt verstuurd specifiek naar tweedeverblijvers. Daarin wordt vooral Visit Oostende gepromoot. Zij krijgen dus informatie met een meer toeristische insteek, aangevuld met het aanbod van de andere diensten en van de UiTdatabank.

Hoe komt het dat jullie zo zwaar op inzetten op die doelgroep?

“Omdat we dat nu kunnen. De dienst Vrije Tijd wist eigenlijk lang niet wie die mensen zijn. Sinds ze zich registreren voor de privilegepas, een pas speciaal in het leven geroepen voor tweedeverblijvers, verloopt de communicatie veel gemakkelijker. Maar voor wie die ook bedoeld is: de regel is dat UiT altijd aanwezig is. Eveneens bij onze senioren, nog een belangrijke groep, zie het UiTverhaal terugkomen. Zo hebben we een universiteit voor senioren, namelijk de ‘zilverunief’ en werken we met ‘zilverUiTjes”, dat zijn uitstappen speciaal voor senioren. We bevragen senioren daarom regelmatig over verschillende thema’s, ook over vrije tijd. Zo komen we nog beter te weten wat ze willen.”

Daarop kunnen jullie dan inspelen wanneer er geen aanbod is naar die wensen?

“Inderdaad! Het is niet logisch of efficiënt dat verschillende actoren eenzelfde aanbod organiseren, wetende dat de middelen schaars zijn. Als een vereniging een zoektocht uitwerkt, dan moeten wij dat toch niet ook doen? Als stad streven wij er liever naar om de blinde vlekken in het vrijetijdsaanbod weg te werken. Sinds de komst van CC De Grote Post organiseert de dienst Cultuur bijvoorbeeld geen podiumvoorstellingen meer. De Grote Post is daar gewoon beter voor geplaatst. Tegenwoordig focussen we als stad liever op een dienende en stimulerende rol, of we kiezen voor samenwerking zoals voor Open Monumentendag bijvoorbeeld.

En het resultaat dat jullie met dat alles willen bereiken is…?

“Een communicatie over ons aanbod in zoveel mogelijk graden, zodat ons aanbod zoveel mogelijk mensen bereikt en aanspreekt.” En, wat denken jullie na deze uiteenzetting? Slagen ze erin?

Artikels over UiTnetwerk