- Op de hoogte
Opleidingsniveau is de grootste beïnvloedingsfactor voor cultuurparticipatie. Dat blijkt uit het in Nederland uitgevoerde onderzoek naar de invloed van gender, etniciteit, leeftijd en verstedelijkingsgraad op de cultuurparticipatie. Zowel actieve als passieve deelname aan cultuur werd onderzocht.
De genderverschillen met betrekking tot cultuurparticipatie zijn niet significant, behalve als het gaat om musicals. Bij musicalbezoek is de invloed van gender opvallend groot in vergelijking met de invloed van andere variabelen: vooral vrouwen zijn voor musicals te vinden.
De ondervertegenwoordiging van etnische minderheden in cultuurhuizen lijkt erop te wijzen dat etniciteit een rol speelt bij cultuurparticipatie. Het onderzoek toont echter aan dat de invloed van etniciteit niet of klein is op zowel actieve als passieve cultuurdeelname. Het feit dat allochtone bevolking zijn weg niet vindt naar de cultuurhuizen, is vooral te wijten aan de verschillen in de opleiding, huishoudtype en inkomen. Een ander probleem is het aanbod dat zich vaak niet aansluit bij de leefwereld van deze bevolkingsgroep. Zo gaan Turkse en Marokkaanse jongeren bijna nooit naar muziekoptredens in Nederland omdat ze van muziek uit hun land van herkomst houden.
Leeftijd speelt een grote rol bij zowel actieve als passieve cultuurparticipatie. Vooral kinderen jonger dan 11 jaar en ouderen boven de 50 bezoeken cultuur. Het kijken en het luisteren naar cultuur doen vooral volwassenen, behalve als het gaat over het kijken naar bioscoopfilms op tv. Kinderen komen vooral via ouders en school in contact met cultuur. In de adolescentie doen ze vooral aan populaire cultuur onder invloed en in gezelschap van hun en neemt deelname aan klassieke cultuurvormen af.
Gezinnen met kinderen gaan minder vaak naar klassieke cultuur dan gezinnen zonder kinderen. Het verschil is kleiner bij populaire cultuur. Voor het bioscoopbezoek geldt het omgekeerde: gezinnen met kinderen gaan vaker naar bioscoop dan gezinnen zonder kinderen. Opvallend is dat niet alleen actieve cultuurparticipatie met de komst van de kinderen afneemt. Ook aan ‘cultuur aan huis’ doen families veel minder. De meest logische ervaring daarvoor is het feit dat culturele competenties van kinderen nog niet zodanig ontwikkeld zijn dat families samen kunnen genieten van cultuur, vooral als het gaat over de klassieke cultuurvormen.
Zowel bij klassiek cultuurbezoek, populair cultuurbezoek of passieve cultuurparticipatie is de invloed van de opleiding het grootst. Passieve cultuurparticipatie wordt zowel direct als indirect via cultuurbezoek beïnvloed door opleiding. Bij populaire cultuur is de invloed kleiner.
Inkomen speelt een rol bij bezoeken van klassieke cultuur en passieve cultuurvormen. De invloed op de klassieke cultuur is te verklaren door het feit dat klassieke cultuur vaak als statussymbool wordt gezien. Passieve deelname heeft een statusverhogend effect en blijkt belangrijk te zijn bij sociale contacten met collega’s, vrienden en familie.
Het woongebied heeft invloed op een aantal klassieke en populaire cultuurvormen. In kleine gemeentes wordt een geringe cultuurparticipatie vastgesteld, die vooral te wijten is aan het gebrek aan interesse. Mensen met een sterke interesse voor cultuur kiezen eerder om in een stedelijk gebied te wonen om dichter bij cultuurhuizen te zijn.
Log in of registreer je om te reageren.