This content requires Flash.

To view this content, JavaScript must be enabled, and you need the latest version of the Adobe Flash Player.

Get Flash Player

Amateurkunsten in beeld gebracht (onderzoek)

PrintStuur door

PrintStuur door
Afbeelding bij zoekresultaten en op detailpagina.

Gedurende anderhalf jaar voerde een team onder leiding van prof. Mark Elchardus (VUB) en prof. John Lievens (UGent), een grootschalig sociologisch onderzoek naar de amateurkunsten in Vlaanderen. Met het rapport Amateurkunsten in beeld gebracht beschikt de sector voor het eerst over een grote hoeveelheid wetenschappelijk cijfermateriaal.

Interessante bevindingen

Uit het onderzoek blijkt dat de amateurkunstenaars alomtegenwoordig zijn. 37% beoefent een artistieke hobby in de vrije tijd, 27% doet dit op regelmatige basis. Een getal dat veel hoger ligt dan tot nu toe werd aangenomen.

Enkele andere interessante bevindingen zijn:

  • 75% van de 14- tot 17-jarigen beoefent soms tot regelmatig een creatieve hobby.
  • Georganiseerde beoefenaars zijn vaker vrouw, meer student uit sociaal-culturele richtingen en meer inwoners uit niet-centrumsteden.
  • 25% van de amateurkunstenaars heeft ooit DKO gevolgd, 20% ervan volgde een opleiding of cursus buiten het DKO.
  • Vrienden en kennissen zijn de belangrijkste introducerende personen.
  • Een meerderheid doet aan amateurkunsten om zich te ontspannen of zich te ontplooien.
  • Amateurkunstenaars gebruik frequent het internet.
  • Maar 2,5% van de leden vindt de amateurkunstenorganisaties overbodig.
  • 1 op 5 amateurkunstenaars geeft jaarlijks meer dan 1.000 euro uit aan amateurkunsten; vervoer, materiaal en lidgeld zijn de voornaamste uitgavenposten.
  • Wekelijks besteden leden gemiddeld 7,61 uur aan hun hobby.
  • Amateurkunsten worden vooral op weekdagen tussen 18u en 22u beoefend.
  • Het woord amateurkunsten wordt vooral geassocieerd met enthousiasme en creativiteit.
  • Meer dan een vierde van de frequente beoefenaars zijn ‘hard core’ cultuurparticipanten.
  • Amateurkunstenaars zijn minder individualistisch en meer solidair ingesteld dan niet-beoefenaars.
  • Amateurkunstenaars doen beduidend meer aan sport dan wie geen creatieve hobby heeft.
  • Beoefenaars onderscheiden zich door hun hoger opleidingsniveau, hun jonge leeftijd en leidinggevend karakter van hun beroep.
  • De kans dat een leerkracht amateurkunstenaar is, ligt bijna twee keer zo hoog dan bij andere tewerkgestelden.

Het onderzoek

Het onderzoek valt uiteen in twee delen: een bevolkingsonderzoek met 2.253 ingevulde postenquêtes en een ledenonderzoek met 5.533 ingevulde webenquêtes. Samen bieden ze een antwoord op volgende vragen:

  • Omvang van de sector.
  • Profiel van de amateurkunstenaars.
  • Motivatie.
  • Manier waarop men met kunsten in contact kwam.
  • Behoeften en verwachtingen t.a.v. steunpunten en overheden.
  • Uitgaven en opbrengsten i.h.k.v. deze vrijetijdsbesteding.
  • Intensiviteit van beoefenen.
  • Attitudes.
  • Actieve deelname in het ruimere culturele veld.
  • ...

 

Meer weten?

  • Kaat Peeters, coördinator Forum voor Amateurkunsten T 0473 785 685
  • Dries Vanherweghe, onderzoeker T 09 264 84 35